Waar Mimosa tenuiflora groeit en waarom hij kale grond verovert
Van Chiapas tot Bahia: waar jurema preta in het wild groeit, waarom hij kale grond als eerste begroeit, hoe hij stikstof bindt en wat zijn volksnamen betekenen.
Bijgewerkt
Mimosa tenuiflora groeit in het wild in twee gebieden die ver uit elkaar liggen: in het zuiden van Mexico en Midden-Amerika, en in het droge noordoosten van Brazilië, met Colombia en Venezuela daartussen. In Mexico gaat het om de staten Oaxaca en Chiapas; verder noemt Camargo-Ricalde Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Panama. De soort groeit van zeeniveau tot zo'n 1.100 meter, uitzonderlijk tot ruim 1.500 meter (Camargo-Ricalde 2000).
Het Braziliaanse kerngebied
In Brazilië is de soort inheems in tien deelstaten: Alagoas, Bahia, Ceará, Maranhão, Minas Gerais, Paraíba, Pernambuco, Piauí, Rio Grande do Norte en Sergipe. De Braziliaanse flora noemt twee vegetatietypen: de Caatinga en het Cerrado (Flora e Funga do Brasil). Embrapa geeft als grenzen 3°45' en 15° zuiderbreedte en hoogtes van 10 tot 900 meter (Embrapa, deel 4).
De Caatinga is het droge doornbos van het Braziliaanse binnenland. De neerslag verschilt sterk per plek: Embrapa noemt voor het verspreidingsgebied van jurema preta een jaarlijkse neerslag van 380 tot 1.650 millimeter en gemiddelde jaartemperaturen van 23,5 tot 27,2 °C. Vorst komt in het hele gebied niet voor.
| Land of gebied | Waar | Bron |
|---|---|---|
| Mexico | Oaxaca, Chiapas | Camargo-Ricalde 2000 |
| Midden-Amerika | Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Panama | Camargo-Ricalde 2000 |
| Noordelijk Zuid-Amerika | Colombia, Venezuela | Camargo-Ricalde 2000; Embrapa |
| Brazilië | tien deelstaten, van Maranhão tot Minas Gerais | Flora e Funga do Brasil |
Een hardnekkig misverstand uit de jaren tachtig was dat de soort alleen in de Cintalapa-vallei in Chiapas zou groeien. Camargo-Ricalde laat zien dat hij van Brazilië tot Mexico verspreid is, en dat de alarmerende oproepen om de soort te beschermen op dat misverstand berustten.
Een pionier op verstoorde grond
Jurema preta is een pioniersoort: hij vestigt zich als eerste op kale of verstoorde grond. In Brazilië groeit hij goed op diepe, zandige bodems, maar ook op zwaar aangetaste plekken waar grond is verplaatst en de ondergrond bloot ligt. Hij heeft veel licht nodig en verdraagt geen lage temperaturen. Volgens Embrapa wordt de soort na menselijke verstoring voor lange tijd dominant, en in sommige delen van de Caatinga is het na herhaalde ingrepen bijna de enige soort die nog staat.
In Mexico ziet Camargo-Ricalde hetzelfde patroon. Alle vegetatietypen waarin de soort groeit, zijn in enige mate verstoord: droog loofverliezend bos, doornstruweel, dennen- en dennen-eikenbos, wegbermen en braakliggende akkers. Op sommige plekken vormt hij bijna zuivere struwelen. De soort verdraagt kappen en branden, wat in een landbouwsysteem met kap en brand een voordeel is.
Wat hem zo snel maakt, somt Camargo-Ricalde op: veel vruchten, kleine zaden, een hoge kiemkracht bij uiteenlopende temperaturen, snelle kieming en snelgroeiende kiemplanten. Een kilo zaad bevat zo'n 110.000 zaden, die vooral recht naar beneden vallen (Embrapa).
Stikstof uit de lucht
Op de wortels van jurema preta zitten knolletjes met bacteriën die stikstof uit de lucht binden (Embrapa). Daardoor kan de plant groeien op grond met weinig voedingsstoffen.
Braziliaans veldonderzoek uit 2010 maakt duidelijk hoe algemeen dat is binnen het geslacht. De onderzoekers vonden wortelknolletjes bij 67 van de 70 Mimosa-soorten die ze in het Cerrado en de Caatinga aantroffen. In alle onderzochte knolletjes zaten bacteriën van het geslacht Burkholderia, en bij de Caatinga-soorten kwam tot 60 procent van de stikstof in de plant uit de lucht (dos Reis e.a. 2010, New Phytologist). Embrapa noemt bij jurema preta nog het oudere geslacht Rhizobium; latere studies wijzen voor Braziliaanse Mimosa's vooral op Burkholderia.
Embrapa raadt de soort daarom aan voor de eerste fase van bosherstel op aangetaste grond en om erosie tegen te gaan. Jurema preta maakt een microklimaat waarin andere boomsoorten daarna beter groeien.
Kaal in de droogte
In Mexico staat jurema preta van december tot mei zonder blad. Juist in die droge maanden bloeit hij en draagt hij vrucht, van november tot juni (Camargo-Ricalde 2000). Embrapa noemt de soort in Brazilië halfbladverliezend. Daar bloeit hij in Pernambuco van juli tot februari en in Ceará van september tot januari. Bijen en kleine insecten bestuiven de bloemen.
Volksnamen volgen de kaart
Elke streek heeft een eigen naam voor de soort. Ze zijn geen synoniemen in botanische zin, en sommige gebruiken andere streken voor andere planten.
| Gebied | Naam | Bron |
|---|---|---|
| Bahia | calumbi, jurema-preta | Embrapa |
| Ceará | espinheiro-preto, jurema, jurema-preta | Embrapa |
| Pernambuco | jurema | Embrapa |
| Paraíba, Piauí, Rio Grande do Norte | jurema-preta | Embrapa |
| Mexico | tepescohuite, tepescahuite, tepesquehuite, ocozoteque | Camargo-Ricalde 2000; Embrapa |
| Honduras, Colombia, Venezuela | carbón, carbonal, cabrera, cabrero | Camargo-Ricalde 2000 |
| Pacifische kust van Midden-Amerika | carbón negro | Camargo-Ricalde 2000 |
| El Salvador | carbón colorado | Flora e Funga do Brasil |
Jurema gaat volgens Embrapa terug op jú-r-ema, "sappige doorn". Preta betekent zwart. Tepescohuite komt uit het Nahuatl: tepetl, berg of heuvel, en cuahuitl, boom, dus "boom van de heuvel" (Cabrera 1975, aangehaald door Camargo-Ricalde). Een andere verklaring leidt het af van tepus-cuahuitl, "boom van ijzer", naar het harde hout. Carbón en carbonal passen bij het gebruik van het hout: Embrapa beschrijft houtskool met een hoge stookwaarde die in smederijen en gieterijen wordt gebruikt.
Sinds de jaren tachtig is tepescohuite in Mexico bekend als ingrediënt van cosmeticaproducten zoals zeep, shampoo en crème. Camargo-Ricalde beschrijft hoe de media in die tijd veel onjuiste informatie over de plant verspreidden, tot en met de bewering dat het om een composiet zou gaan. Het onderzoek stelde vast dat het gewoon Mimosa tenuiflora is.
Wat dit betekent voor een plant in Nederland
Een soort die nooit vorst meemaakt, overleeft een Nederlandse winter buiten niet. De laagste temperatuur die Embrapa uit het natuurlijke gebied noemt, is 10,1 °C. Kweek je hem uit zaad, houd hem dan binnen of in een verwarmde kas, op de lichtste plek die je hebt.
Hoe je jurema preta van zijn buren in het veld onderscheidt, lees je bij lijkende soorten. Waarom dezelfde plant in de handel Mimosa hostilis heet, staat bij naam en synoniemen.
